ECLI:NL:RVS:2022:944
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen omgevingsvergunning Windpark Maasvlakte II wegens gebrek aan belang en relativiteit
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft een omgevingsvergunning verleend voor de bouw en exploitatie van 22 windturbines op de Tweede Maasvlakte, inclusief bijbehorende civiele en elektrische werken. Daarnaast zijn vergunningen verleend door het college van gedeputeerde staten Zuid-Holland en de minister van Infrastructuur en Waterstaat voor natuur- en waterwetgerelateerde aspecten.
Appellante, woonachtig op circa 25 km afstand van het projectgebied, heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is en of appellante voldoende belanghebbende is. Hoewel zij zienswijzen heeft ingediend tegen de omgevings- en natuurbeschermingsvergunningen, heeft zij dit niet gedaan tegen de waterwetvergunning, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk is verklaard.
Verder heeft de Afdeling geoordeeld dat appellante onvoldoende belanghebbende is voor de overige besluiten, omdat haar woonafstand te groot is en haar belangen niet verweven zijn met de ruimtelijke en natuurbelangen die door de besluiten worden geraakt. Hierdoor voldoet haar beroep niet aan het relativiteitsvereiste en kan het niet leiden tot vernietiging van de besluiten.
De Afdeling heeft daarom het beroep, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard en geen proceskosten toegewezen. Een inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden heeft niet plaatsgevonden vanwege het ontbreken van een toereikend belang.
Uitkomst: Het beroep tegen de waterwetvergunning is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de overige besluiten is ongegrond verklaard wegens gebrek aan belang en het relativiteitsvereiste.