ECLI:NL:RVS:2022:997
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en verzoek opvang vreemdelingen
Bij besluiten van 17 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van drie vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 9 maart 2022 de beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om te voorkomen dat zij worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft op basis van de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) besloten een voorlopige voorziening te treffen. Dit houdt in dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdelingen, een bedrag van €759,00, dat volledig toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 6 april 2022 door voorzieningenrechter J.Th. Drop in aanwezigheid van griffier D.I. van Kesteren.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.