ECLI:NL:RVS:2023:10
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdig genomen besluit en oplegging dwangsom aan staatssecretaris
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier op niet-tijdelijke humanitaire gronden. De rechtbank bepaalde op 17 augustus 2022 dat de staatssecretaris binnen acht weken een nieuw besluit moest nemen. Deze termijn liep tot 12 oktober 2022, maar de staatssecretaris nam geen besluit binnen die termijn.
De vreemdeling stelde op 2 november 2022 beroep in tegen het uitblijven van het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep gegrond is en vernietigde het niet tijdig genomen besluit. De staatssecretaris werd opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en bekend te maken.
Daarnaast werd een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de staatssecretaris in gebreke blijft. De reeds verbeurde dwangsom werd vastgesteld op €1.260. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €418,50 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.