ECLI:NL:RVS:2023:100
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over ongeloofwaardige bekering bij asielaanvraag uit Irak
De vreemdeling uit Irak had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 18 juni 2019 werd afgewezen. Zij stelde in haar opvolgende asielaanvraag dat zij in Nederland was bekeerd tot het christendom en daarom vreest voor vervolging bij terugkeer naar Irak.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit van de staatssecretaris, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In hoger beroep stond de geloofwaardigheid van de bekering centraal. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de bekering niet ten onrechte ongeloofwaardig had geacht. De staatssecretaris had nagelaten door te vragen op de motieven voor de bekering, terwijl die antwoorden daartoe aanleiding gaven. Hierdoor was de motivering van de staatssecretaris ondeugdelijk.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand hield wordt vernietigd.