ECLI:NL:RVS:2023:1155
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning uitbreiding kinderdagverblijf wegens ruimtelijke overlast
Het college van burgemeester en wethouders van Heemstede weigerde op 30 januari 2018 een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een kinderdagverblijf in een woning naar veertien kindplaatsen. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak. Na aanvulling van de aanvraag weigerde het college opnieuw de vergunning op 19 april 2022 (herstelbesluit), met als reden dat het kinderdagverblijf ruimtelijk niet aanvaardbaar is vanwege overlast voor omwonenden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de uitbreiding naar veertien kindplaatsen niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan, omdat de woning dan niet meer in overwegende mate de woonfunctie behoudt. De overlast door het aantal kinderen, de frequentie van haal- en brengmomenten en de aanwezigheid van leidsters wegen zwaar. De vergelijking met een gastouderopvang van zes kinderen is niet relevant.
Hoewel het college in 2012 in een brief had aangegeven dat een kinderdagverblijf met veertien kinderen binnen het bestemmingsplan zou passen, weegt het belang van omwonenden zwaarder. Het college had echter wel moeten onderzoeken of sprake was van compensatieplicht voor de door appellante geleden schade door het gewekte vertrouwen. Dit onderzoek heeft het college niet tijdig gedaan, waardoor het besluit op dit punt in strijd is met de Awb en vernietigd wordt.
De Afdeling beveelt het college binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen over de vergoeding van eventuele dispositieschade. De weigering van de omgevingsvergunning blijft in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het college mag de vergunning weigeren, maar moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen over vergoeding van schade wegens gewekt vertrouwen.