ECLI:NL:RVS:2023:1285
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 2 december 2022 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 december 2022 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich onder meer op het uitlezen van zijn telefoon, waarvan hij stelde dat dit geen wettelijke grondslag had en geen directe betekenis mocht hebben voor de maatregel.
De Raad van State oordeelt dat het uitlezen van de telefoon geen invloed heeft op het opleggen of voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel zoals bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Het hoger beroep bevat geen vragen die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat verdere motivering achterwege blijft.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel bevestigd.