ECLI:NL:RVS:2023:1298
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen besluit instemming saneringsplan ernstige bodemverontreiniging Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht stelde op 25 maart 2020 vast dat sprake is van ernstige bodemverontreiniging op een locatie te Maastricht en stemde in met een door belanghebbende ingediend saneringsplan. Appellante, mede-eigenaar van een aangrenzend perceel, maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen latere wijzigingen van het saneringsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van appellante behandeld.
Appellante voerde aan dat een aangepast saneringsplan had moeten worden ingediend, dat de hoeveelheid verontreinigde grond en de ophogingshoogte onjuist waren berekend, en dat onvoldoende zekerheid bestond dat het risico op verspreiding van verontreinigde grond werd beperkt. De Afdeling oordeelde dat het college terecht kon volstaan met een melding van wijzigingen in het saneringsplan en dat de saneringsdoelstelling ongewijzigd bleef. De Afdeling stelde vast dat het depot met verontreinigde grond volledig op het eigen perceel was herschikt en dat het risico op verspreiding door voorschrift 4 voldoende wordt beperkt.
De Afdeling verwierp de bezwaren van appellante over de omvang van de ophoging en de grondkering, waarbij werd benadrukt dat de grondkering hoger moet zijn dan het maaiveld en dat de constructie nog nader beoordeeld moet worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit van het college tot instemming met het saneringsplan wordt ongegrond verklaard.