ECLI:NL:RVS:2023:1366
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit ernstige bodemverontreiniging en saneringsplan locatie Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft op 25 maart 2020 vastgesteld dat sprake is van ernstige bodemverontreiniging op een locatie in Maastricht en heeft ingestemd met een door belanghebbende ingediend saneringsplan. Appellant, mede-eigenaar van een aangrenzend perceel, heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en tegen een wijziging van het saneringsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder het bezwaar van appellant gegrond verklaard en de besluiten vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldigheid.
Het college heeft daarop opnieuw op bezwaar beslist en het bezwaar ongegrond verklaard. Appellant is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De Afdeling heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de bezwaren van appellant niet slagen, mede gelet op een gelijkluidende uitspraak in een vergelijkbare zaak. De Afdeling concludeert dat het college voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat aan de wettelijke eisen is voldaan en dat het saneringsplan passend is.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en wijst het beroep af. Er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak bevestigt dat het saneringsplan en de besluiten van het college rechtmatig zijn en dat het risico op verspreiding van verontreinigde grond adequaat is beperkt.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het collegebesluit blijft in stand.