ECLI:NL:RVS:2023:1454
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning aanleg uitweg ondanks bezwaar eigenaar woning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 13 augustus 2019 een omgevingsvergunning voor de aanleg van een uitweg bij een perceel in Den Haag. De eigenaar van een nabijgelegen woning maakte bezwaar vanwege zorgen over verlies van groen en de mogelijke gevolgen voor het straatbeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond, stellende dat de vergunning uitsluitend op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) getoetst diende te worden en niet aan het bestemmingsplan. De eigenaar voerde in hoger beroep aan dat deze toetsing onlogisch was en dat het college onvoldoende inzicht had gegeven in de adviezen waarop het zich baseerde.
De Raad van State oordeelde dat de vergunning terecht was verleend op grond van artikel 2:84 van Pro de APV en dat de adviezen van deskundigen voldoende inzichtelijk waren gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de aanleg van de uitweg bevestigd.