ECLI:NL:RVS:2020:2564
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A. Kuijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige uitschrijving uit de basisregistratie personen wegens vertrek naar onbekend
Het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland had in de basisregistratie personen (brp) opgenomen dat de wederpartij was vertrokken naar onbekend, nadat de toestemming voor het gebruik van een briefadres was ingetrokken. De rechtbank oordeelde dat het college niet bevoegd was dit besluit te nemen omdat de wederpartij bereikbaar was en het onderzoek niet gedegen was.
Het college stelde in hoger beroep dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de wederpartij niet kon worden bereikt op een briefadres, waarbij Centraal Onthaal (CO) geen briefadres wilde verstrekken omdat de wederpartij geen gebruik wilde maken van nachtopvang. De Raad van State oordeelde dat het college niet aan de voorwaarden van artikel 2.22 van de Wet brp had voldaan, omdat bekend was dat de wederpartij dakloos was en in de gemeente verbleef.
Verder stelde de Raad vast dat het college niet ambtshalve een briefadres kon opnemen zonder toestemming van de briefadresgever, maar dat het college in dit geval bij gebrek aan toestemming van een briefadresgever verplicht was zelf als briefadresgever op te treden en de wederpartij op een gemeentelijk adres in te schrijven.
De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank, wees het hoger beroep van het college af en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten. Tevens werd bepaald dat het college griffierecht moest betalen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt afgewezen en het college moet de wederpartij een briefadres op een gemeentelijk adres verstrekken.