ECLI:NL:RVS:2023:1685
Raad van State
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening omgevingsvergunning en eerdere uitspraken
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 3 mei 2023 het verzoek van verzoekster om herziening van eerdere uitspraken afgewezen. Het verzoek betrof de uitspraken van 3 juni 2020 en 11 november 2020, waarin het hoger beroep en het verzet van verzoekster tegen een omgevingsvergunning voor een woningverbouwing te Lexmond reeds ongegrond waren verklaard.
Verzoekster stelde dat de omgevingsvergunning ten onrechte was verleend, dat er onwaarheden waren gebruikt in de procedure, en dat er sprake was van onpartijdigheid in besluitvorming en rechtspraak. Ook bracht zij bezwaren naar voren tegen wijziging van huisnummers en kadastrale grenzen. De Afdeling oordeelde dat deze aangevoerde feiten en omstandigheden niet nieuw waren en reeds eerder aan de orde waren gekomen, zodat zij niet voldoen aan de voorwaarden voor herziening volgens artikel 8:119 van Pro de Awb.
De Afdeling benadrukte dat het herzieningsverzoek slechts kans van slagen heeft indien feiten of omstandigheden aan het licht komen die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De aangevoerde argumenten van verzoekster voldeden hier niet aan. Ook het betoog over vermeende schade aan haar perceel door de vergunninghouder was niet relevant voor de vergunning zelf.
Gelet op deze overwegingen wees de Afdeling het verzoek tot herziening af en zag geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. C.J. Borman.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van eerdere bestuursrechtelijke uitspraken over de omgevingsvergunning wordt afgewezen.