ECLI:NL:RVS:2023:1693
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling moet terugkeren naar Nigeria ondanks betwisting nationaliteit en risico's
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling bij besluit van 18 april 2018 opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. Dit besluit is op 2 september 2021 gewijzigd waarbij Nigeria als land van herkomst werd vermeld. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het gewijzigde besluit, maar de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was.
De vreemdeling betwist dat zij uit Nigeria komt en voert aan dat zij onder zware medicatie op een gesloten psychiatrische afdeling is gehoord door een niet-gespecialiseerde ambtenaar, zonder aanwezigheid van een gemachtigde. Ook stelt zij dat zij in Nigeria geen familie of opvang heeft en een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Daarnaast wijst zij op het belang van het contact met haar minderjarige kinderen in Nederland.
De Raad van State stelt vast dat de vreemdeling meerdere malen heeft verklaard uit Nigeria te komen en dat er geen bewijs is dat zij vanwege haar psychiatrische toestand niet kon worden gehoord. Het betoog over het ontbreken van opvang en het risico in Nigeria is onvoldoende onderbouwd. Ook het ontbreken van een Nigeriaans paspoort leidt niet tot een andere conclusie. De vreemdeling is gehouden aan haar terugkeerverplichting.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar verklaart het beroep zelf ongegrond. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De vreemdeling moet terugkeren naar Nigeria; het beroep wordt ongegrond verklaard.