ECLI:NL:RVS:2023:1717
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding waardedaling woning door aardbevingen en verrekening met waardevermeerdering sloop/nieuwbouw
Appellant diende een aanvraag in voor vergoeding van waardedaling van zijn woning door het risico op aardbevingen als gevolg van gaswinning. De woning was onveilig verklaard en na instorting van de voorgevel werd deze opgenomen in de sloop/nieuwbouwregeling. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen wees de aanvraag af op grond van voordeelverrekening volgens artikel 6:100 BW Pro, omdat de waardevermeerdering door nieuwbouw het nadeel van waardedaling overstijgt.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat het Instituut de aanvraag terecht afwees, omdat de waardevermeerdering nog niet was te berekenen bij de aanvraag. Appellant voerde aan dat het voordeel van nieuwbouw niet in voldoende rechtstreeks verband staat met de waardedaling en dat het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel zijn rechten schonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat zowel waardedaling als waardevermeerdering het gevolg zijn van dezelfde gebeurtenis, namelijk aardbevingen door gaswinning, en dat het redelijk is het voordeel bij schadevaststelling te betrekken. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding van waardedaling met verrekening van waardevermeerdering bevestigd.