ECLI:NL:RVS:2023:1737
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving veehouderij zonder natuurvergunning voor beweiden en bemesten
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel wees het verzoek van MOB en Leefmilieu af om handhavend op te treden tegen een veehouderij die vee beweidt en mest uitrijdt zonder natuurvergunning. MOB en Leefmilieu stelden dat deze activiteiten vergunningplichtig zijn onder de Wet natuurbescherming. Na diverse besluiten en rechtsprocedures vernietigde de rechtbank het besluit van het college wegens onvoldoende onderzoek naar het feitelijke gebruik van de percelen en de emissies.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het feitelijke bemesten en beweiden moest onderzoeken. De referentiesituatie kan worden ontleend aan het planologisch regime en het agrarisch gebruik van de gronden sinds de referentiedatum van 10 juni 1994. Het college heeft nader onderzoek verricht waaruit blijkt dat de gronden onafgebroken agrarisch zijn gebruikt en bemest, waardoor het bemesten en beweiden binnen de referentiesituatie vallen.
De Afdeling volgt het college in zijn standpunt dat het weiden van vee en het bemesten van gronden samen één referentiesituatie vormen en dat significante effecten op Natura 2000-gebieden hierdoor zijn uitgesloten. Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van MOB en Leefmilieu ongegrond, en de rechtsgevolgen van het besluit van 13 juli 2021 blijven in stand. De handhavingsprocedure is hiermee beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en de rechtsgevolgen van het besluit van 13 juli 2021 blijven in stand.