ECLI:NL:RVS:2023:1741
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhavingsverzoek veehouderij inzake natuurvergunning en referentiesituatie bemesting en beweiding
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel wees het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen een melk- en rundveehouderij af, omdat het beweiden en bemesten van gronden zonder natuurvergunning zou plaatsvinden. De rechtbank verklaarde het beroep van MOB en Leefmilieu deels gegrond en vernietigde besluiten van het college, met de opdracht tot een nieuw besluit binnen 16 weken.
In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep van het college gegrond verklaard en dat van de veehouderij en MOB en Leefmilieu ongegrond. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte onderzoek verlangde naar feitelijke bemesting en beweiding sinds de referentiedatum, terwijl de referentiesituatie kan worden ontleend aan het planologisch regime en het agrarisch gebruik van de gronden.
De Afdeling bevestigde dat het weiden van vee en het houden van vee in stallen één project vormen, terwijl bemesting een apart project is. De referentiesituatie voor bemesting wordt bepaald door het planologisch regime en de stikstofgebruiksnormen. Op basis van objectieve gegevens is uitgesloten dat het weiden en bemesten van de gronden leidt tot significante effecten op Natura 2000-gebieden, zodat geen vergunningplicht bestaat. De rechtsgevolgen van het besluit van 13 juli 2021 blijven in stand en de handhavingsprocedure is daarmee beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het besluit van 13 juli 2021 blijft in stand; de handhavingsprocedure is daarmee beëindigd.