ECLI:NL:RVS:2023:1788
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging handhavingsbesluit tuinhuis Rotterdam wegens rechtsgeldige omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had aan appellanten gelast een zonder vergunning gebouwd tuinhuis te verwijderen of aan te passen. De rechtbank vernietigde het wijzigingsbesluit van het college, omdat het tuinhuis volgens haar niet vergunningvrij was en het college bevoegd was tot handhaving. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het incidenteel hoger beroep van appellanten gegrond verklaard en het hoger beroep van het college ongegrond.
De Afdeling oordeelde dat er van rechtswege een omgevingsvergunning was verleend voor het gehele tuinhuis, niet slechts voor de hoogte, waardoor ten tijde van het wijzigingsbesluit geen overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo bestond. Hierdoor mocht het college niet handhavend optreden. Tevens werd het invorderingsbesluit van de verbeurde dwangsom vernietigd omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten van appellanten. Het geschil betrof de uitleg van vergunningplicht en de bevoegdheid tot handhaving bij bouwactiviteiten binnen het bestemmingsplan en het Besluit omgevingsrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van appellanten gegrond, het wijzigingsbesluit en het invorderingsbesluit worden vernietigd.