ECLI:NL:RVS:2023:1790
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vergunning van rechtswege voor tuinhuis ondanks herhaalde aanvraag
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde op 1 oktober 2019 een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de kap van een tuinhuis, aangevraagd door wederpartij A en B. Het college stelde dat het een herhaalde aanvraag betrof en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde dat de vergunning van rechtswege was verleend omdat het college niet tijdig had beslist.
Het college ging in hoger beroep en voerde aan dat de aanvraag een vergunningvrije activiteit betrof en dat geen vergunning van rechtswege kon ontstaan bij een herhaalde aanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de beslistermijn van acht weken had overschreden, waardoor de vergunning van rechtswege was verleend voor de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening.
Verder oordeelde de Afdeling dat het bouwplan niet gesplitst kon worden in een vergunningplichtig en vergunningvrij deel, omdat het tuinhuis als één bouwkundig geheel moet worden beschouwd. De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de vergunning van rechtswege voor het gehele tuinhuis wordt bevestigd.