ECLI:NL:RVS:2023:1818
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.M. Willems
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging bestuurlijke boete wegens illegale tewerkstelling van vreemdelingen
Op 31 juli 2019 constateerden inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie dat vier Oekraïense vreemdelingen zonder de benodigde tewerkstellingsvergunningen werkzaamheden verrichtten bij een groothandel in bloemen en planten. De staatssecretaris legde daarop een boete van €32.000 op, €8.000 per vreemdeling. Het bedrijf betwistte de boete, stellende dat de vreemdelingen stage liepen en dat het niet wist dat hiervoor vergunningen nodig waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van het bedrijf ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bedrijf onvoldoende zorg had betracht om de overtreding te voorkomen en dat het niet voldeed aan de voorwaarden voor een waarschuwing. De werkzaamheden werden niet als stage maar als daadwerkelijke arbeid beoordeeld.
De Raad van State oordeelde dat de boete terecht werd opgelegd, maar dat deze vanwege normale verwijtbaarheid moest worden gematigd tot €4.000 per vreemdeling, in totaal €16.000. Andere matigingsgronden, zoals financiële omstandigheden en investeringen in de vreemdelingen, werden niet aanvaard wegens gebrek aan bewijs. De uitspraak van de rechtbank en het eerdere besluit werden vernietigd en vervangen door deze beslissing.
Uitkomst: De boete wegens illegale tewerkstelling wordt vastgesteld op €16.000, met matiging vanwege normale verwijtbaarheid.