ECLI:NL:RVS:2023:1856
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak wegens nalaten rechterlijke dwangsom en proceskostenvergoeding in asielzaak
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het niet tijdig genomen besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om binnen zestien weken een besluit te nemen.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen het nalaten van de rechtbank om een dwangsom te verbinden aan de uitspraak en om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen dwangsom had opgelegd conform artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en ook onterecht geen proceskostenvergoeding had toegewezen.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin deze nalatigheden voorkwamen, legde een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €1.674, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. Hiermee wordt de positie van de vreemdeling versterkt en wordt de naleving van termijnen door bestuursorganen afgedwongen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor het nalaten van een dwangsom en proceskostenvergoeding, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom en proceskosten.