ECLI:NL:RVS:2023:1887

Raad van State

Datum uitspraak
15 mei 2023
Publicatiedatum
15 mei 2023
Zaaknummer
202302321/3/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 april 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 maart 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht hij om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter had eerder bij ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen beëindiging van de opvang op 14 april 2023 achterwege zou blijven. In deze uitspraak van 15 mei 2023 is de voorlopige voorziening uitgebreid door te bepalen dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris geen nieuwe proceskosten hoeft te vergoeden, omdat dit reeds bij de ordemaatregel was bepaald.

Deze voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting tijdens de procedure en waarborgt zijn recht op opvang en verstrekkingen zolang het hoger beroep loopt.

Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

202302321/3/V3.
Datum uitspraak: 15 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 23 maart 2023 in zaak nr. NL22.7087 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 15 april 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 23 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 13 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1475, heeft de voorzieningenrechter bij ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen beëindiging van de opvang op 14 april 2023 achterwege blijft.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris namelijk al bij het treffen van de genoemde ordemaatregel tot vergoeding van de proceskosten van het verzoek veroordeeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Steendijk
voorzieningenrechter
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2023
644