ECLI:NL:RVS:2023:1887
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 april 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 maart 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter had eerder bij ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen beëindiging van de opvang op 14 april 2023 achterwege zou blijven. In deze uitspraak van 15 mei 2023 is de voorlopige voorziening uitgebreid door te bepalen dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris geen nieuwe proceskosten hoeft te vergoeden, omdat dit reeds bij de ordemaatregel was bepaald.
Deze voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting tijdens de procedure en waarborgt zijn recht op opvang en verstrekkingen zolang het hoger beroep loopt.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.