ECLI:NL:RBDHA:2023:3907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Griekse statushouder wegens inhoudelijke beoordeling in Nederland
Eiser, erkend als vluchteling in Griekenland, diende een asielaanvraag in Nederland in die door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank overwoog dat het Gemeenschappelijk Europees Asielbeleid (GEAS) geen verplichting tot wederzijdse erkenning van asielstatussen inhoudt, waardoor Nederland bevoegd is de aanvraag inhoudelijk te beoordelen.
Eiser voerde aan dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en diverse arresten van het Hof van Justitie Nederland de Griekse status had moeten overnemen en het terugkeerbesluit had moeten intrekken. De rechtbank verwierp deze stellingen en benadrukte dat het declaratoire karakter van de vluchtelingenstatus niet uitsluit dat een lidstaat een aanvraag inhoudelijk onderzoekt.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer in zijn land van herkomst vervolging of onrechtmatige behandeling zal ondervinden. Het terugkeerbesluit en het inreisverbod bleven daarom van kracht. Het verzoek om heropening van het onderzoek werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag, het terugkeerbesluit en het inreisverbod.