ECLI:NL:RVS:2023:1920
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet-vergoeden proceskosten bij bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 22 maart 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling niet langer dan zes uur was opgehouden, omdat de maatregel pas om 21:50 uur was uitgereikt door een landelijke storing. Dit leidde tot een onrechtmatige vrijheidsontneming tussen 15:36 en 21:50 uur.
Hoewel de belangenafweging van de rechtbank in het voordeel van de staatssecretaris uitviel, was het onjuist dat de staatssecretaris niet werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De Raad van State vernietigde dit deel van de uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van € 2.511,00 aan proceskosten. De rest van de uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor het niet vergoeden van proceskosten en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 2.511,00 aan proceskosten.