ECLI:NL:RVS:2023:2027
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.Th. Drop
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand bij meerdere Wmo-voorzieningen
De zaak betreft een geschil over de weigering van de raad voor rechtsbijstand om een tweede toevoeging te verlenen voor gesubsidieerde rechtsbijstand in bezwaarprocedures tegen twee afzonderlijke besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Haarlem. De eerste toevoeging betrof bezwaar tegen een besluit over huishoudelijke hulp, de tweede tegen een besluit over ambulante begeleiding, beide op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank oordeelde dat de raad onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van één rechtsbelang, omdat het doel en beoogde eindresultaat van de rechtsbijstand in de twee procedures verschillend waren en het feitencomplex wezenlijk verschilde. De raad stelde in hoger beroep dat het ging om onderdelen van dezelfde maatwerkvoorziening en dat de aanvragen op dezelfde dag waren ingediend, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde de rechtbank en benadrukte dat het begrip rechtsbelang moet worden afgebakend aan de hand van het doel, het beoogde eindresultaat en het feitencomplex.
De Afdeling oordeelde dat de raad onvoldoende inzichtelijk had gemaakt waarom het feitencomplex niet wezenlijk verschilde en dat het beleid en de motivering van de raad niet concreet genoeg waren. Ook het argument dat extra uren konden worden aangevraagd bij het overschrijden van forfaitaire tijden maakte dit niet anders. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De raad moet een nieuw besluit op bezwaar nemen, waarbij tegen dat besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.