ECLI:NL:RVS:2023:2734
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.T.J.M. Jurgens
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenhang toevoegingen rechtsbijstand bij bijstandsuitkering
Het bestuur van de raad voor rechtsbijstand stelde bij twee besluiten van 30 maart 2021 vergoedingen vast voor twee toevoegingen die betrekking hadden op rechtsbijstand verleend aan dezelfde persoon in twee afzonderlijke zaken over haar bijstandsuitkering. De eerste toevoeging betrof hoger beroep tegen een uitspraak over de herziening en terugvordering van bijstand van april 2016 tot maart 2017, de tweede toevoeging betrof hoger beroep tegen een uitspraak over beëindiging en terugvordering van bijstand in september 2017.
De raad stelde de vergoeding voor de tweede toevoeging vast in samenhang met de eerste, omdat de zaken procedureel en inhoudelijk samenhangen. De rechtbank oordeelde echter dat de zaken niet naar hun aard verknocht zijn, omdat zij verschillende feitencomplexen en rechtsvragen betreffen, ondanks dat ze beide over bijstandsuitkering gaan en in een schikking eindigden.
De Raad van State verduidelijkt het beoordelingskader voor samenhangende procedures en bevestigt het oordeel van de rechtbank. De procedures zijn niet naar hun aard verknocht omdat zij verschillende perioden en feitencomplexen betreffen, waardoor de vergoeding ten onrechte op basis van samenhang was vastgesteld. Het hoger beroep van de raad wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de twee toevoegingen niet samenhangend zijn en verklaart het hoger beroep van de raad ongegrond.