ECLI:NL:RVS:2023:2104
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schriftelijke aanwijzing kinderopvang wegens ernstige overtredingen en handhavingsgeschiedenis
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht gaf op 2 juli 2018 een schriftelijke aanwijzing aan een kinderopvangorganisatie die op vier locaties in Utrecht kinderopvang exploiteerde. Deze aanwijzing volgde op inspecties door toezichthouders die ernstige overtredingen constateerden, waaronder tekortkomingen in de beroepskracht-kind-ratio, onvoldoende buitenspeelruimte en onvoldoende bedden voor jonge kinderen.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het bezwaar tegen het handhavingsbesluit gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De appellanten stelden dat de inspectierapporten onvoldoende zorgvuldig waren opgesteld en dat het college ten onrechte de anonieme meldingen en de handhavingsgeschiedenis had meegewogen. Tevens voerden zij aan dat de aanwijzing disproportioneel was en dat minder ingrijpende maatregelen hadden volstaan.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht doorslaggevende betekenis aan de inspectierapporten mocht toekennen, ook al ontbrak een reactie op ingediende zienswijzen in de rapporten zelf. De anonieme meldingen waren niet aannemelijk onjuist en konden meewegen. De handhavingsgeschiedenis rechtvaardigde het gebruik van een schriftelijke aanwijzing. De belangenafweging was zorgvuldig en de aanwijzing was proportioneel en noodzakelijk om de veiligheid, gezondheid en het pedagogisch klimaat te waarborgen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de schriftelijke aanwijzing en de rechtsgevolgen daarvan in stand bleven.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing aan de kinderopvangorganisatie blijft in stand vanwege ernstige overtredingen en onvoldoende herstel.