ECLI:NL:RVS:2018:1729
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- R.J.J.M. Pans
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet tijdig overleggen risico-inventarisatie kinderopvang
De zaak betreft een bestuurlijke boete van €8.000,- opgelegd aan een houder van een buitenschoolse opvang omdat tijdens een onaangekondigde GGD-inspectie op 30 oktober 2012 de risico-inventarisatie niet op locatie kon worden getoond en ook niet binnen de gestelde hersteltermijn van 24 uur werd overgelegd.
De rechtbank Gelderland had de boete bevestigd en het bezwaar ongegrond verklaard. De houder stelde in hoger beroep dat het inspectierapport onrechtmatig was verkregen, dat het zwijgrecht was geschonden, dat het rapport onvoldoende bewijskracht had en dat de boete onredelijk was. De Raad van State verwierp deze bezwaren, onder meer omdat het inspectierapport een feitelijke waarneming bevatte en de houder verplicht is de risico-inventarisatie op verzoek onverwijld te tonen.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de boete in overeenstemming is met het beleidskader van het college en niet disproportioneel is, mede gelet op de ernst van de overtreding en het feit dat een locatiemanager had geknoeid met e-mails om tijdige inzending te suggereren. Het incidenteel hoger beroep van het college werd eveneens ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bestuurlijke boete van €8.000 wegens het niet tijdig kunnen tonen van de risico-inventarisatie.