ECLI:NL:RVS:2023:2107
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake intrekking omgevingsvergunning en vergoeding proceskosten
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen verleende op 7 december 2020 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een restaurant in afwijking van het bestemmingsplan en voor het slopen van een bouwwerk in een beschermd stadsgezicht. Deze vergunning werd op verzoek van de vergunninghouder ingetrokken op 5 maart 2021. Het college verklaarde het bezwaar van wederpartij tegen de vergunning niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het verzoek om kostenvergoeding af.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was omdat de vergunning was ingetrokken en dat deze intrekking gelijkgesteld moest worden aan een herroeping wegens een aan het bestuursorgaan toe te rekenen onrechtmatigheid. Tevens stelde de rechtbank vast dat de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking kwamen.
In hoger beroep voerde het college aan dat er geen sprake was van een herroeping en dat de rechtbank ten onrechte kosten van beroepsmatige rechtsbijstand had toegewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren. Zij oordeelde dat de intrekking voortkwam uit erkende gebreken in het besluit en dat de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand terecht werden vergoed.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van € 627,75, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De zaak werd gelijktijdig behandeld met een vergelijkbare zaak, waarbij de kostenverdeling werd toegelicht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met toekenning van proceskostenvergoeding.