ECLI:NL:RVS:2022:1775
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf in kader nareis
De zaak betreft een Syrische vreemdeling die bij haar moeder in Nederland wil verblijven en een machtiging tot voorlopig verblijf heeft aangevraagd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af omdat niet werd voldaan aan het vereiste van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en omdat de vreemdeling vanwege haar leeftijd niet als jongvolwassen werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de motivering van de staatssecretaris had goedgekeurd, aangezien deze onvoldoende had gemotiveerd waarom het jongvolwassenenbeleid niet werd toegepast, enkel op basis van de leeftijd.
Verder stelde de Afdeling dat de staatssecretaris onterecht geen gehoor had gegeven aan het verzoek om de vreemdeling of haar moeder te horen over het bezwaar. Gezien deze gebreken werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, met vergoeding van proceskosten en griffierecht.