ECLI:NL:RVS:2022:1260
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over toepassing jongvolwassenenbeleid in vreemdelingenrecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris het jongvolwassenenbeleid onjuist toepaste door alleen te kijken naar de leeftijd van de vreemdeling (ruim 26 jaar) en niet naar de individuele omstandigheden.
De staatssecretaris ging in hoger beroep, stellende dat een leeftijdsgrens van ongeveer 25 jaar gehanteerd mag worden en dat personen ouder dan deze leeftijd niet als jongvolwassene kunnen worden beschouwd. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp dit standpunt en bevestigde dat een op het geval toegespitste beoordeling vereist is, waarbij ook andere factoren dan leeftijd moeten worden meegewogen.
De Afdeling benadrukte dat het beleid aanvullende criteria bevat, zoals het wonen bij ouders en het niet hebben van een eigen gezin, en dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vreemdeling niet onder het jongvolwassenenbeleid valt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.