ECLI:NL:RVS:2023:2279
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 6 januari 2023 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De staatssecretaris trok vervolgens het besluit van 6 januari 2023 in en nam de asielaanvraag alsnog in behandeling, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken. De vreemdeling zag dit echter niet als reden om het hoger beroep in te trekken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling, aangezien hij bereikt heeft wat hij wilde. Tevens werd verwezen naar eerdere jurisprudentie dat in een dergelijk geval geen proceskostenvergoeding verschuldigd is door de staatssecretaris.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen.