ECLI:NL:RVS:2023:2305

Raad van State

Datum uitspraak
14 juni 2023
Publicatiedatum
14 juni 2023
Zaaknummer
202301785/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 29 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag na intrekking besluit

De vreemdeling had bij besluit van 18 januari 2023 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.

Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het eerdere besluit in en nam de asielaanvraag alsnog in behandeling, omdat de overdrachtstermijn van artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening was verstreken. Hierdoor had de vreemdeling feitelijk bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogde.

De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling daardoor geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden, conform eerdere jurisprudentie.

Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 14 juni 2023.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen.

Uitspraak

202301785/1/V1.
Datum uitspraak: 14 juni 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 20 maart 2023 in zaak nr. NL23.1633 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 18 januari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 20 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I. Vreeken, advocaat te Zutphen, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
De vreemdeling heeft daar desgevraagd op gereageerd.
Overwegingen
1.       Bij brief van 9 mei 2023 heeft de staatssecretaris de Afdeling laten weten dat hij het besluit van 18 januari 2023 heeft ingetrokken, en dat hij de asielaanvraag van de vreemdeling in de nationale asielprocedure zal behandelen, omdat de overdrachtstermijn als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) is verstreken. In reactie daarop heeft de vreemdeling laten weten dat hij hierin geen aanleiding ziet het hoger beroep in te trekken en heeft hij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De vreemdeling heeft namelijk geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat hij heeft bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogt doordat de staatssecretaris zijn asielaanvraag alsnog in behandeling heeft genomen.
3.       Uit de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182, onder 2, volgt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden wanneer hij, zoals in dit geval, als gevolg van tijdsverloop de asielaanvraag alsnog in behandeling neemt.
4.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2023
574-988