ECLI:NL:RVS:2023:2379
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning aanleg rioolwaterpersleiding ondanks bezwaar stichting
Het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe verleende aan het Waterschap Rivierenland een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een leidingentracé voor afvalwatertransport tussen Zetten en Dodewaard. De Stichting het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke aantasting van landschappelijke waarden op haar landgoed en stelde alternatieve tracéroutes voor.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van de Stichting ongegrond, stellende dat binnen het aanlegvergunningenstelsel geen ruimte is voor toetsing van alternatieven en dat het deskundigenrapport voldoende onderbouwing bood dat geen blijvende onevenredige aantasting plaatsvindt. Het college wijzigde een voorschrift over het aantal te kappen bomen, maar de rechtbank vernietigde dit voorschrift omdat geen sprake was van onevenredige aantasting.
In hoger beroep betoogde de Stichting dat alternatieve tracés wel beoordeeld hadden moeten worden en dat het gewijzigde kapvoorschrift onvoldoende bescherming bood, met name bij de natuurbegraafplaats. De Raad van State oordeelde dat het toetsingskader van de Wabo geen ruimte laat voor toetsing van alternatieven en dat het college terecht het deskundigenrapport als basis nam. Ook het gewijzigde kapvoorschrift was terecht vernietigd. De bezwaren over de notenboomgaard werden afgewezen omdat deze niet binnen het belang van de vergunningplicht vallen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de omgevingsvergunning in stand blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Stichting wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.