ECLI:NL:RVS:2023:2400
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 22 november 2022 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos naast een ondergrondse papiercontainer te verwijderen, omdat deze in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 was aangeboden. Het college stelde dat appellant de overtreder was, omdat een adreslabel met zijn naam en adres op de doos was aangetroffen.
Appellant betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij de doos niet zelf naast de container heeft geplaatst. Hij voert aan dat hij de doos aan een persoon van een goed doel heeft meegegeven, die deze mogelijk heeft neergezet. Appellant vindt dat het college nader onderzoek had moeten doen, bijvoorbeeld door camerabeelden te bekijken.
De Raad van State volgt de vaste rechtspraak dat de persoon aan wie de afvalstoffen kunnen worden herleid als overtreder wordt aangemerkt, tenzij voldoende twijfel wordt gezaaid. Appellant heeft zijn stellingen niet onderbouwd en heeft onvoldoende twijfel gezaaid om het bewijsvermoeden te ontkrachten. Het college was bovendien niet verplicht om camerabeelden op te vragen, die bovendien al gewist waren.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en hoeft het college geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang is ongegrond verklaard.