ECLI:NL:RVS:2023:2587
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- G.T.J.M. Jurgens
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit natuurvergunning Circuit Park Zandvoort wegens vervallen vergunningplicht
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende op 25 oktober 2019 een natuurvergunning aan Exploitatie Circuit Park Zandvoort B.V. (CPZ) voor het gebruik en wijzigingen van het circuitterrein nabij het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Diverse milieuorganisaties maakten bezwaar tegen deze vergunning, waarna de rechtbank Noord-Holland op 26 april 2022 de beroepen ongegrond verklaarde.
In hoger beroep is onder meer betwist of de referentiesituatie juist is vastgesteld en of de stikstofemissies in de vergunde situatie lager zijn dan in de referentiesituatie. De Afdeling stelt vast dat de referentiesituatie bestaat uit de revisievergunning van 1997 en de natuurvergunningen van 2011 en 2015, waarbij een jaarrond gebruik van het circuitterrein is toegestaan inclusief 12 UBO-dagen. De Afdeling oordeelt dat de stikstofdepositie in de vergunde situatie door beperkingen aan het aantal racedagen en een emissieplafond significant lager is dan in de referentiesituatie, zodat geen significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied optreden.
Echter, sinds 1 januari 2020 is de vergunningplicht voor projecten die geen significante gevolgen hebben vervallen. Het college was op het moment van het besluit op bezwaar van 27 februari 2020 niet langer bevoegd om de vergunning te verlenen. Daarom vernietigt de Afdeling het besluit op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank. Het primaire besluit van 25 oktober 2019 wordt niet herroepen, maar het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Proceskosten worden deels toegewezen aan milieuorganisaties en CPZ.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar van 27 februari 2020 wordt vernietigd wegens het vervallen van de vergunningplicht; het primaire besluit van 25 oktober 2019 wordt niet herroepen maar het college moet een nieuw besluit nemen.