ECLI:NL:RVS:2023:265
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking brief burgemeester in Bibob-procedure
Appellant exploiteert amusementshallen en verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om documenten die voorafgingen aan een Bibob-procedure. De burgemeester verstrekte enkele documenten maar weigerde een brief van 25 november 2019 aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) openbaar te maken, stellende dat deze onder de geheimhouding van de Wet bibob valt.
De rechtbank oordeelde dat de brief deel uitmaakt van de Bibob-procedure en dat artikel 28 Wet Pro bibob een bijzondere openbaarmakingsregeling bevat die de Wob opzij zet. Appellant voerde aan dat deze bepaling slechts ziet op adviezen van het LBB en dat openbaarmaking noodzakelijk is voor haar verdediging, met een beroep op artikel 10 EVRM Pro en het evenredigheidsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de brief tijdens de Bibob-procedure aan het LBB is verzonden en dat artikel 28 Wet Pro bibob een brede geheimhoudingsplicht bevat voor gegevens met betrekking tot derden, waaronder ook deze brief valt. De Afdeling verwierp het beroep op artikel 10 EVRM Pro omdat de beperking bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking van de brief bevestigd.