ECLI:NL:RVS:2023:268
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor appartementengebouw in strijd met bestemmingsplan
Het geschil betreft de verlening van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland aan Marx Company voor de bouw van een appartementengebouw met vier permanente en vier recreatiewoningen in Kamperland. De vergunning werd betwist door de Vereniging van Eigenaars "De Havenpoort" en anderen (de VVE en anderen) vanwege strijd met het bestemmingsplan en het wijzigingsplan.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde de vergunning omdat het bouwplan niet voldeed aan de planregels, met name omdat gestapelde bouw niet was toegestaan en het college de verkeerde procedure had gevolgd. Marx Company stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de bovenste appartementen niet als bijbehorend bouwwerk konden worden aangemerkt en dat het college terecht de vergunning had verleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte de vergunning verleende met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wabo in samenhang met het Besluit omgevingsrecht. De appartementen op de hogere verdiepingen kunnen niet als bijbehorend bouwwerk worden aangemerkt omdat op het perceel slechts grondgebonden woningen zijn toegestaan. Ook de afwijkingen van het wijzigingsplan, zoals bouwvlakoverschrijding, goot- en bouwhoogte en aantal woningen, zijn door het college gemotiveerd en in verhouding tot de belangen van de omwonenden niet onaanvaardbaar.
Het hoger beroep van Marx Company werd ongegrond verklaard en het beroep van de VVE en anderen tegen het besluit van 2 juni 2022 werd eveneens ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het college de vergunning terecht opnieuw had verleend met toepassing van de reguliere voorbereidingsprocedure en de nodige afwijkingen van het wijzigingsplan.
De Afdeling oordeelde dat het college een volledige belangenafweging had gemaakt, waarbij de ruimtelijke effecten en de belangen van de omwonenden zorgvuldig waren meegewogen. Het beroep van de VVE en anderen op onvoldoende motivering en onevenredige benadeling werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van Marx Company en het beroep van de VVE en anderen worden ongegrond verklaard; de vernietiging van de vergunning wordt bevestigd.