ECLI:NL:RVS:2023:2835
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende belangenafweging
De vreemdeling uit Syrië had aanvankelijk een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde en onbepaalde tijd ontvangen. De staatssecretaris trok deze vergunningen met terugwerkende kracht in nadat bleek dat de vreemdeling niet had gemeld dat hij ook de Armeense nationaliteit bezit. Dit leidde tot een besluit tot onmiddellijke vertrek en een inreisverbod. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden bij de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro. Hoewel het achterhouden van gegevens een rol mag spelen, moet ook het feit dat de vreemdeling volledig heeft meegewerkt aan het onderzoek en dat de intrekkingsprocedure jaren heeft geduurd, worden meegewogen.
De procedurele vertraging heeft ertoe geleid dat de vreemdeling zijn privéleven in Nederland verder kon opbouwen, wat de staatssecretaris niet juist heeft betrokken in zijn belangenafweging. De Raad beveelt daarom een nieuwe belangenafweging waarbij ook het privéleven, inburgeringsplicht, taalvaardigheid, eigen inkomen en beperkte banden met Armenië meegewogen moeten worden.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 30 november 2020 vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuwe belangenafweging maken.