ECLI:NL:RVS:2023:3413
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J.W.P. van Gastel
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel na belangenafweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 24 juli 2020 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen en geweigerd een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ambtshalve te verlenen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 april 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werd onder meer geklaagd over de belangenafweging die de staatssecretaris had gemaakt in het kader van artikel 8 EVRM Pro. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de staatssecretaris een goede belangenafweging had gemaakt, waarbij het nadeel van het achterhouden van relevante gegevens bij de asielaanvraag zwaar woog.
De Raad van State wees er op dat de rechtbank ook had getoetst of alle relevante feiten en omstandigheden waren betrokken, waaronder het feit dat de vreemdeling zijn zus in Nederland bezoekt. Dit was niet expliciet meegenomen, maar de rechtbank had dit terecht gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro gezien de motivering van de staatssecretaris. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.