ECLI:NL:RVS:2023:293
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.J. Schueler
- drs. J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens vermeende overtreding omgevingsvergunning studentenhuisvesting Maastricht
Studentenhuisvesting Maastricht B.V. (SHM) vroeg een omgevingsvergunning aan voor tijdelijke studentenhuisvesting in 252 wooneenheden op een perceel met bestemming 'Maatschappelijk', waar wonen niet is toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht verleende de vergunning voor onzelfstandige kamers, maar constateerde later dat kookgelegenheden aanwezig waren, wat volgens het college leidde tot zelfstandige wooneenheden in strijd met de vergunning.
Het college legde SHM een last onder dwangsom op om de kookgelegenheden te verwijderen. SHM maakte bezwaar en stelde dat de vergunning geen onderscheid maakte tussen zelfstandige en onzelfstandige wooneenheden en dat kookplaat en recirculatiekap niet vergunningplichtig zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat de verleende vergunning niet beperkt is tot onzelfstandige wooneenheden en dat het college niet bevoegd is handhavend op te treden tegen het gebruik van kookgelegenheden. Het college had dit gebruik expliciet moeten beperken in de vergunning. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het collegebesluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het college om kookgelegenheden te verwijderen wordt vernietigd en het beroep van SHM gegrond verklaard.