ECLI:NL:RVS:2023:2966
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- G.T.J.M. Jurgens
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade rijksinpassingsplan Zuidring Wateringen-Zoetermeer
Het bedrijvenschap Harnaschpolder heeft een aanvraag ingediend voor tegemoetkoming in planschade als gevolg van het rijksinpassingsplan Zuidring Wateringen-Zoetermeer, dat de aanleg van een 380 kV hoogspanningsverbinding mogelijk maakt. De minister van Economische Zaken en Klimaat wees deze aanvraag af omdat de aanvraag te laat was ingediend en bovendien was gewijzigd door toevoeging van extra percelen.
De rechtbank verklaarde het beroep van het bedrijvenschap tegen deze afwijzing ongegrond. Het bedrijvenschap stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de latere zienswijze een nieuwe aanvraag betrof en dat de termijn voor het indienen van de aanvraag verkeerd was vastgesteld. De Raad van State oordeelde dat de wijziging van de aanvraag niet van ondergeschikte aard was en dat de wettelijke vijfjaarstermijn voor het indienen van een aanvraag is gaan lopen op het moment dat de relevante bepalingen van het rijksinpassingsplan onherroepelijk werden, namelijk 29 december 2010.
De Raad van State verwierp de bezwaren van het bedrijvenschap en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee blijft de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade ongewijzigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade wordt bevestigd.