ECLI:NL:RBDHA:2020:14078
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tegemoetkoming planschade wegens te late indiening na onherroepelijk rijksinpassingsplan hoogspanningsverbinding
Bedrijvenschap Harnaschpolder diende een aanvraag in voor tegemoetkoming in planschade vanwege de aanleg van een 380 kV hoogspanningsverbinding over zijn terreinen. De aanvraag van 14 december 2015 betrof acht percelen waarop een gedoogverplichting rustte. Op 30 september 2016 diende eiser een zienswijze in met een uitbreiding van de percelen waarvoor schade werd gevorderd.
Verweerder kwalificeerde deze zienswijze als een nieuwe aanvraag die te laat was ingediend, omdat de termijn van vijf jaar na de onherroepelijkheid van het rijksinpassingsplan op 29 december 2010 was verstreken. De rechtbank oordeelde dat de uitbreiding van het aantal percelen een niet-ondergeschikte wijziging betrof, waardoor de zienswijze als een nieuwe aanvraag moest worden gezien.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat de bepalingen van het rijksinpassingsplan die de schade veroorzaakten onherroepelijk waren geworden met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 29 december 2010. Hierdoor moest de aanvraag uiterlijk 29 december 2015 zijn ingediend. De aanvraag van 30 september 2016 was te laat en werd terecht afgewezen.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 22 december 2020.
Uitkomst: De aanvraag om tegemoetkoming in planschade van 30 september 2016 is afgewezen wegens te late indiening.