ECLI:NL:RVS:2023:3322
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod en beoordeling voortzetting in hoger beroep
De burgemeester van Veldhoven legde op 4 december 2021 een huisverbod op aan appellant voor tien dagen vanwege ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn partner en minderjarige kinderen. Dit huisverbod omvatte ook een contactverbod. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit huisverbod ongegrond en oordeelde dat het huisverbod op het moment van de zitting nog niet kon worden opgeheven, mede vanwege het advies van hulpverleners dat het eerste contact tussen appellant en zijn zoon onder professionele begeleiding moest plaatsvinden.
Appellant stelde in hoger beroep dat het huisverbod ten onrechte niet werd opgeheven omdat het acute gevaar was verdwenen en er geen hulpverlening was gestart. De burgemeester gaf aan dat alle pogingen waren gedaan om begeleiding te regelen, maar dat dit niet was gelukt vanwege capaciteitsgebrek bij instanties.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd en dat de rechtbank terecht terughoudend was met het opheffen van het verbod binnen de tien dagen. Het doel van het huisverbod is niet alleen het wegnemen van acuut gevaar, maar ook het bieden van ruimte voor hulpverlening. Het feit dat de begeleiding uiteindelijk niet plaatsvond, beïnvloedt de beoordeling niet omdat de rechtbank mocht uitgaan van de toen bekende feiten en adviezen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het huisverbod blijft gehandhaafd tot de oorspronkelijke termijn.