ECLI:NL:RVS:2023:3372
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P.M. van Ravels
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven aan primair slachtoffer met psychisch letsel
De zaak betreft een hoger beroep van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die de CSG had opgedragen een nieuwe beslissing te nemen over de toekenning van een uitkering voor psychisch letsel aan [wederpartij].
[Wederpartij] was getuige van de moord op haar moeder en liep daarbij gehoorschade en psychisch letsel op. De CSG kende aanvankelijk een uitkering toe voor lichamelijk letsel, maar weigerde een uitkering voor psychisch letsel omdat dit niet objectief kon worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde echter dat ernstig psychisch letsel bij haar mocht worden voorondersteld en vernietigde het besluit van de CSG.
De CSG stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan het onderscheid in het beleid tussen primaire en secundaire slachtoffers en dat psychisch letsel bij secundaire slachtoffers moet worden aangetoond met objectieve medische informatie. De Afdeling bevestigde dit beleid en oordeelde dat [wederpartij] als primair slachtoffer moet worden aangemerkt omdat zij ten tijde van het misdrijf direct werd bedreigd. Daarom kan ernstig psychisch letsel bij haar worden voorondersteld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de CSG ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de CSG tot vergoeding van de proceskosten van [wederpartij].
Uitkomst: Het hoger beroep van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.