ECLI:NL:RVS:2023:3385
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslagen ondanks transitievergoeding bij huurtoeslagberekening
Appellante werkte in 2019 tot haar ontslag bij KPN en ontving een transitievergoeding van €8.360. Zij werkte daarna bij het UWV en ontving daarvoor een werkloosheidsuitkering. De Belastingdienst/Toeslagen stelde haar zorgtoeslag, kindgebonden budget en huurtoeslag definitief vast, waarbij de transitievergoeding werd meegenomen in het toetsingsinkomen. Dit leidde tot terugvordering van teveel betaalde voorschotten.
De rechtbank oordeelde dat de transitievergoeding geen nabetaling is en dus niet buiten beschouwing kan blijven bij de huurtoeslag. Ook zag de rechtbank geen bijzondere omstandigheden die matiging van terugvordering rechtvaardigen. Appellante stelde dat de terugvordering haar onevenredig treft vanwege haar financiële en gezondheidsproblemen.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De transitievergoeding is geen nabetaling van eerder inkomen en valt niet onder uitzonderingen. De terugvordering volgt uit een afwijking van het toetsingsinkomen en vormt geen bijzondere omstandigheid. De Belastingdienst/Toeslagen kan een persoonlijke betalingsregeling aanbieden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van toeslagen bevestigd.