ECLI:NL:RVS:2023:3409
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige bewaring vreemdeling wegens plaatsing in politiecel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 7 augustus 2019 een vreemdeling in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde op 19 augustus 2019 het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was vanwege de plaatsing in een politiecel en beval opheffing van de maatregel met toekenning van schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat bewaring in beginsel in een gespecialiseerde inrichting moet plaatsvinden, zoals voorgeschreven in artikel 16 van Pro de Terugkeerrichtlijn en bevestigd door het Hof van Justitie. Plaatsing in een politiecel is slechts toegestaan bij bijzondere omstandigheden, die in dit geval niet waren aangetoond.
De Afdeling verwierp het beroep van de staatssecretaris en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.