Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Het regime in het DCR
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 5 februari 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij betwist de rechtmatigheid van deze bewaring en stelt meerdere beroepsgronden aan de orde, waaronder de vraag of hij tijdig is overgebracht naar het Detentiecentrum Rotterdam (DCR), of hij schriftelijk en begrijpelijk is geïnformeerd over de bewaring, en of er zicht is op uitzetting naar Algerije.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet langer dan 24 uur in de politiecel heeft verbleven en dat de overbrenging tijdig heeft plaatsgevonden. Hoewel de schriftelijke informatie niet volledig voldeed aan de eisen, is eiser tijdens het gehoor adequaat geïnformeerd met behulp van een tolk en had hij toegang tot rechtsbijstand. De zware gronden voor bewaring zijn voldoende gemotiveerd en niet betwist door eiser.
Verder oordeelt de rechtbank dat het DCR als speciale inrichting kan worden aangemerkt en dat het regime in het DCR niet door de rechtbank getoetst wordt. Ook is er voldoende zicht op uitzetting naar Algerije. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.