ECLI:NL:RVS:2023:3489
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken persoonlijk belang bij asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 25 juli 2022 niet in behandeling werd genomen vanwege verantwoordelijkheid van Duitsland op grond van de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde de vreemdeling dat zijn verblijfsvergunning een eerdere ingangsdatum zou krijgen indien het hoger beroep gegrond werd verklaard.
De staatssecretaris gaf aan de aanvraag alsnog zelf in behandeling te nemen omdat de overdrachtstermijn aan Duitsland was verstreken. Hierdoor had de vreemdeling bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogde, waardoor hij onvoldoende persoonlijk belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De Afdeling oordeelde daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was.
Verder werd overwogen dat een eventuele eerdere ingangsdatum van de verblijfsvergunning een onzekere toekomstige gebeurtenis is en dat de vreemdeling dit in een aparte procedure kan aanvechten. Ook werd vastgesteld dat het alsnog in behandeling nemen van de aanvraag een veranderde omstandigheid betrof, zodat geen vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling werd toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van persoonlijk belang.