ECLI:NL:RVS:2023:2390
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
Bij besluit van 18 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. Tijdens de procedure gaf de staatssecretaris aan dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, omdat de overdrachtstermijn aan Italië was verstreken. Hierdoor is het hoger beroep feitelijk overbodig geworden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat noch de staatssecretaris noch de vreemdeling belang hebben bij verdere behandeling van het hoger beroep. Daarom verklaarde zij het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep zijn niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.