ECLI:NL:RVS:2023:3609
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.J. Borman
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging terugkeerbesluit en bewaring vreemdeling
Op 30 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod uitgevaardigd en haar in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdeling gegrond, vernietigde de besluiten en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen het oordeel van de rechtbank over de terugkeerverplichting en de bewaring. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte bevoegd was om kennis te nemen van het beroep tegen de onmiddellijke vertrekmededeling, omdat deze geen nieuw rechtsgevolg had en het eerdere terugkeerbesluit nog van kracht was.
Daarnaast vernietigde de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat de bewaring onrechtmatig was, omdat deze gebaseerd mocht zijn op het eerdere terugkeerbesluit. Het beroep tegen de bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De proceskostenveroordeling van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, rechtbank onbevoegd verklaard voor onmiddellijke vertrekmededeling, bewaring rechtmatig bevonden en schadevergoeding afgewezen.