ECLI:NL:RVS:2023:361
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en afwijzing voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 mei 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwoog dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel was gekomen. De motivering van de rechtbank werd overgenomen, en het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van belang waren. Ook werd verwezen naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling over relevante rechtsvragen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 30 januari 2023 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter B. Meijer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.